Een BIT verslag bevat de volgende onderdelen:
- begrijpen:
o Is de strekking van wat je leest jou duidelijk?
De strekking is mij duidelijk. Ook de woorden die er worden gebruikt. Vaak worden er Engelstalige vak termen toegepast, maar worden nader uit ook gedeeltelijk uitgelegd.
o Is de argumentatie helder en juist?
De argumentatie is helder en wordt goed onderbouwd, daarnaast worden er ook verschillende soorten argumenten gebruikt, die bij verschillende opleiding zijn toegepast. De schrijver legt ook uit waarom ze zijn geslaagd of mislukt. Doordat ze goede argumentatie gebruiken en voorbeelden uit het verleden die echt zijn toegepast, klopt de argumenten wel.
o Welke vragen heb je n.a.v. de strekking en argumentatie?
Er zijn veel simulatie programma’s in de vorm van spelletjes. Die eigenlijk als een spelletje worden gezien, waarom worden ze niet toegepast in de studie zelf?
Waarom worden zulke spelletjes niet aangeraden door scholen, zodat jongeren ook thuis door middel van spelletjes zichzelf ontwikkelen?
Waarom word er in de media vooral gezegd dat spelletjes schadelijk zijn voor de ontwikkeling van de hersenen terwijl er in dit hoofdstuk wordt aangegeven dat je baat hebt aan spelletjes voor de ontwikkeling?
- integreren:
o Hoe past wat je hebt gelezen bij jouw eigen ervaringen?
Het geeft aan dan doormiddel van goed geprogrammeerde simulaties de studenten kan bevorderen in hun opleiding. Daarnaast ook gelijk kunnen toepassen en andere manieren zelf moeten bedenken om tot een oplossing te komen. Hier kan je bij biologie denken aan simulaties programma’s waarbij je een dierentuin moet onderhouden. En dat je hier moet denken aan elke soort dier en hun leefomstandigheden te verbeteren. Denk hier aan de behoeftes van verschillende soort dieren en opdrachten relativerend aan de onderwerpen gedrag, evolutie etc.
o Heb je voorbeelden of tegenvoorbeelden bij wat je hebt gelezen?
Simulatieopdrachten kosten minder voorbereidingstijd en geld, maar kan de leerlingen niet de realiteit laten voelen. Zoals b.v. een hartpracticum te uitvoeren kunnen leerlingen zien hoe een hart er in het echt uitziet, aan de andere kant vinden heel veel leerlingen het eng een echt hart op tafel te zien liggen dus zijn simulaties ideaal om uit te voeren.
o Welke verbanden zie je met andere onderwerpen of theorieën?
Dat het theorie met praktijk samen proberen te brengen en het bewust maken van studenten waarmee ze bezig zijn. Doormiddel van simulaties kunnen ze de voordelen en nadelen zien van wat zij weten. En kunnen ze op een zwakheden inspelen om ze te verbeteren. Zo krijgen ze een groter beeld over wat ze kunnen met dat vak.
o Wat spreekt je wel/niet aan en wat vind je wel/niet belangrijk?
Dat studenten doormiddel van simulaties een beeld krijgen over wat zij doen, maar ook dat zij actief bezig zijn en verschillende problemen voorgeschoteld krijgen en die moeten oplossen. Hierdoor moeten ze inzicht hebben dan alleen kennis. Waardoor ze zichzelf in verschillende opzichten kunnen verbeter. Dit is wat mij aanspreekt en ook belangrijk vind.
- toepassen:
o Welke mogelijkheden zie je om wat je hebt gelezen toe te passen in je eigen onderwijspraktijk?
Ik kan makkelijk opdrachten geven met organellen/organen/organismen die ze in een simulatieprogramma kunnen verwerken om te kijken hoe het organel/orgaan/organisme werkt.
o Welke concrete voornemens maak je hierbij?
Om zeker in de toekomst opdrachten met simulaties te ontwerpen en in de klas te laten uitvoeren.